Column Milieudeskundigen

nr. 76, 13-12-2025

Milieudeskundigen


Mijn recentste feitenoverzicht gaat over mensen met verstandelijke beperkingen en ernstig probleemgedrag: contextuele factoren. Ik concludeerde op basis van de gelezen recente literatuur dat positieve ondersteuning door ouders, begeleidingsteams die werken vanuit een gezamenlijke visie en daarin worden gesteund door het management, en een betrouwbare, veilige omgeving essentieel zijn voor het verminderen van probleemgedrag.

Onlangs kocht ik tweedehands het boek Dit kind... Een confrontatie met ernstige zwakzinnigheid[1] uit 1967. Eerlijk gezegd had ik dat boek al jaren, maar dan als lelijke fotokopie. Het is een boek met prachtige zwart-witfoto’s van ‘zwakzinnige’ kinderen. Soms spat het plezier van de gezichten af, soms gaat het zichtbare ongemak van de kinderen op de foto’s door merg en been. Ik vond het tijd om een echt exemplaar aan te schaffen.

Toen ik het boek in handen kreeg, bleek er een meer dan keurig uitgeknipt krantenartikel uit de Volkskrant in te zitten, gedateerd 2 november 1967: een interview met de auteur G. van der Most[2]. Aanvankelijk was ik vooral benieuwd naar de gebezigde terminologie. En ik werd ‘beloond’. ‘De onjuiste stelling dat minderwaardige mensen een minderwaardig nageslacht voortbrengen.’ ‘De huisartsen en kinderartsen zien meteen dat het kind een mongooltje is.’
Van der Most vertelt verder: ‘De observatie in een polikliniek mondt uit in een advies: behandeling thuis of opnemen in een instituut. … Het is toch al moeilijk genoeg om een gestoord kind het huis uit te doen. Als ik het zo lelijk mag zeggen: de gemiddelde ouder is niet in staat om een gestoord kind op te voeden. Het draait vrijwel altijd uit op verwennerij of het tegenovergestelde, opjutterij. … Zwakzinnige kinderen moeten zo dicht mogelijk bij de woonplaats van hun ouders ondergebracht kunnen worden. Het is voor allebei beter als het bezoeken makkelijk is en vaak kan gebeuren. … Bij ons hebben de psycholoog en pedagoog een grote inbreng in het team. Er komt hier geen kind binnen of zijn gezinssituatie is onderzocht door onze maatschappelijk werksters. Ik noem hen eigenlijk liever milieudeskundigen.’

Met, inderdaad, krasse uitspraken en in de terminologie van die tijd benoemt ook hij de invloed van opvoedstijlen van ouders, de samenwerking in teams en een vertrouwde omgeving.

 

Het was alsof ik de conclusies uit mijn feitenoverzicht herlas. Bijna 60 jaar later.

 


  1. Van der Most, G., J.P.M. Fennis & R. Diepen. (1967). Dit kind... Een confrontatie met met ernstige zwakzinnigheid. Amersfoort: Roelofs Van Goor.
  2. N.N. (2-11-1967). Biochemie kan wapen zijn tegen zwakzinnigheid. Dokter Van der Most van 'Maria Roepaan'. De Volkskrant, p. 25.



► Terug naar Columns